de
Koetse
wagen







Inhoud:
Voorwoord | de uitvinding van het wiel 5000 jaar geleden | herinneringen van Jaap Stienstra |
restauraties Dodo I en Eva | uw aandacht voor Dun Hakhout | Colofon
Donateurbulletin Koetsewagen 2015


Geachte donateurs,
Namens het bestuur van Stichting de Koetsewagen richt ik me graag tot u om u te bedanken voor uw geldelijke steun afgelopen jaar. Daarmee lukt het ons om de koetsen in stand, en op de weg te houden. Ook dit jaar hopen we op uw donatie te mogen rekenen. De jaarlijkse minimumdonatie staat nog altijd op € 20,- maar een hogere gift is welkom, en aftrekbaar vanwege de ANBI-status van
Stichting De Koetsewagen. Een aanvullende wens die we hebben is namelijk een nieuwe “disselboom” waarmee de Eva na afronding van de restauratie getrokken kan gaan worden. De kosten hiervan worden begroot op € 700. We willen hiervoor ook fondsen aanschrijven, maar een bijdrage van onze donateurs hiervoor zorgt niet alleen voor een goed fundament, het is ook een krachtig signaal naar andere geldschieters. Alvast bedankt!
In dit bulletin naast enige informatie over de twee lopende restauratieprojecten en enkele beelden van onze koetsen tijdens tochten dit jaar ook een wat uitgebreider artikel van de hand van onze secretaris Jan Albert Buiskool over de uitvinding van het wiel, in combinatie met de as toch het meest essentiële onderdeel van de koets. Ik wens u veel leesplezier, en spreek namens het gehele stichtingsbestuur alvast onze dank uit voor u steun dit jaar.

Met vriendelijke groet,
Mertijn Dijkstra
voorzitter

Inhoudsopgave
Voorwoord
de uitvinding van het wiel 5000 jaar geleden
herinneringen van Jaap Stienstra
restauraties Dodo I en Eva
uw aandacht voor Dun Hakhout
Colofon

De uitvinding van het wiel

Als eenmaal het besef duidelijk doordringt dat een ronde balk een last kan dragen en tegelijkertijd naar voren kan bewegen: dan gaat men denken hoe kan het beter? Die ronde balken moeten dan telkens vanachter het voorwerp weer ervoor gelegd worden en als er schijven met een grotere diameter op de einden geplaatst worden hoeft dat minder vaak. En als men die balk met schijven aan de einden vast, laat draaien onder de last - captive as - met beugels daaraan bevestigd, hoeft die balk helemaal niet meer verplaatst te worden. Het eerst wiel is dan een houten schijf. Maar die schijf brokkelt af want in de richting van de nerf is hout wel sterk, maar dwars erop niet. Dan komen er dwars planken ertegen aan in die andere richting voor versterking.. Zulke wielen bestaan nog steeds in afgelegen streken, maar zo’n wiel is wel zwaar. Als je nu alleen de boog overhoud en drie van die planken in kruisvorm...? Ook die wielen bestaan nog steeds, En moet de as meedraaien of kan het ook met een naaf? Meedraaien heeft ook voordelen, krachten op het ene wiel worden overgebracht via de as op het andere, maar bochten zijn veel moeilijker te nemen, door de verschillende draaicirkel. Dus kwam al vroeg de gesmeerde naaf. Hoewel de wagen primair voor het vervoer van lasten is ontstaan, wordt het later toch als strijdwagen belang-rijker. En die moet licht zijn. Het lot van koninkrijken hangt er van af. De Egyptische strijd-wagen heeft 6 of soms 4 houten spaken, veel Griekse later idem 4.
Nineve

Hoe voorkom je dat de velgdelen uit elkaar vallen? Op zo’n wiel moet spanning staan. Bij de Egyptenaren werd precies andersom dan bij ons eerst velgen en naaf gemaakt en dan de 2 halve spaakdelen er tussen gebogen en werden dan met nat leer naar elkaar toe getrokken en verlijmd tot één spaak Bij ons gaat het anders: de spaak wordt in de naaf geslagen en de velg-delen (een velgdeel per twee spaken) erop gemaakt. De hoepel van ijzer wordt nadat die in het vuur heeft gelegen er warm omheen gelegd en met water afgekoeld zodat die er strak om heen trekt. In de naaf heeft de spaak een rechthoekig uiteinde, maar in de velg een rond uiteinde, met een keg erin geslagen. De grootste ontwrichtende krachten komen op een wiel als het door een bocht moet draaien en de onderkant zit vast in de modder of bij hobbels en schokken vanaf de zijkant want daar was een wiel niet op gebouwd, totdat men rond 1500 de spaken kegel- vormig scheef tussen naaf en velg ging zetten, dat vangt een zijwaarts gerichte schok op. Het rechter wiel vangt een schok van links op en het linker wiel een schok van rechts zo beschermen ze elkaar. De Chinezen hadden dit duizend jaar eerder rond 500 BC al bedacht, maar daar stonden de spaken precies anders om: kegelvormig naar buiten, dan vangt een linkerwiel een linker schok op en de rechter een rechterschok.

Om de spaak bij het dragen toch loodrecht boven de grond te krijgen, wordt het hele wiel dan scheef ge-monteerd, door de as op de uiteinden een beetje naar beneden te buigen overval heet dat. Dan past er ook een wat bredere bak tussen, maar soms valt afvallend zand van de velg dan op de gesmeerde as. Dat scheef monteren deden de chinezen niet, want bij hen werd de bak dan juist smaller. En eigenlijk lijkt de huidige fiets op een chinees wiel maar dan twee wielen samen-gevoegd in één: en zo van beide kanten beschermd. Het wiel met zijn naaf en daarin een asbus wordt op de as geschoven. Die naaf had nog geen kogellagers maar werd gesmeerd met vet op de as, later kwam de collings-patent as, met olie en een wieldop, maar ook nog zonder kogellagers, waar we het een volgende keer over zullen hebben. Een ouderwetse meedraaiende as onder een kar was niet te smeren en piepte dus per definitie. Koetsiers noemden dat het zingen van de kar. Sinds 5000 jaar draait bij bijna alle volkeren het wiel, (maar niet in pre-Columbus Amerika, want op dat continent waren nog geen paarden). Het wiel begon te rollen in Sumerie, Ur, dat is Mesopotamië. Daarna bij de Skythen, Hettieten, Egyptenaren ,Chinezen, Kretenzers, Grieken, Romeinen, Franken, enzovoort, tot dat in onze tijd via de stoommachine, het de basis werd van de algehele mechanisatie, maar het paard zijn we ergens onderweg kwijt geraakt.

bronnen:
André Wegener Sleewijk: Wielen, Wagens, Koetsen
Lásló Tarr: Karren Kutsche Karosse

Herinneringen aan de oprichting

Een gesprek met Jaap Stienstra mede oprichter van de Stichting de Koetsewagen voorheen Stalhouderij Noord Nederland, op 7-9-2015 in Maartenshof met onderwijl doorbladeren van de jaarverslagen van het ook door Jaap opgerichte Pragmaticum Illustre in oude almanakken.

De in 1954 opgerichte subvereniging van het Groninger Studentencorps Vindicat, Pragma-ticum illustre begon in 1956 met het verwerven van koetsen, omdat voor een serenade te weinig koetsen in Groningen beschikbaar waren. Uiteindelijk reden ze met 22 rijtuigen. Ze kochten: op 6 augustus de Berline Drollezak in Coevorden, op 7 september De landauers ‘Adam’ en ‘Eva’, de ‘Vloer op wielen’ het onderstel van een lijkkoets , ‘Kale Hendrik’ en het hofrijtuig van Sophie van Würtenberg, deze laatste werd gekocht bij een stalhouderij in Harlingen. Na de serenade werd een plan gemaakt om de koetsen in bezit over te doen gaan van de besturen van subverenigingen, maar blijkbaar is dit plan niet uitgevoerd. Op 10 oktober werden gekocht : ‘brik Bram’ ,
‘Manke Mijntje’ en op 17 okt de statiekaros van Frederik van Pruisen, deze kwam aan in Groningen op 5 november. 1956, hij zou uiteindelijke in het Rijtuigmuseum Nienoord belanden, dat op 11 juni 1957 werd opgericht en op 12 mei 1958 werd geopend. De eerste buitendag van het lustrum van Vindicat van 1959 was ook op ‘Koeroord’ Nienoord waar men met de toen nog bestaande Drachtster tram naar toe reed. Ook werden koetsen gebruikt voor het eren van meister der Linetreckers Johan Dijkstra, en de begrafenis van Hannes de studentenkoetsier. In 1960 kwamen beschikbaar De Crème Calêche en de Jan Plezier. Er werd een koetshuis direct achter de studentensociëteit in bruikleen gegeven door de gemeente, was dat het Koetshuis Poelestraat ? Een tweede koetshuis kwam er in Glimmen. Op de zolder van de Pepergast-huiskerk konden overige accessoires opgeborgen worden. Die koetsen kwamen niet zomaar vanzelf binnenrollen: veilingen werden bezocht in Den Haag, Dordrecht, Harlingen, Enschede, Dieren, Apeldoorn, Haarzuilen, Rotterdam, Utrecht, Doesburg, Leeuwarden, Leiden, Roden, en in het buitenland: Maidstone, Leer, Bremen, Aurich en Norden.

De Stalhouderij Noord-Nederland, werd op 23 april 1963 opgericht bij de dreigende sluiting van de stalhouderij van Evert Hemmes aan de Oosterhaven en deze werd in 1964 ook feitelijk overgenomen. De stalhouderij kwam in de boerderij bij Groenestein in Helpman. Eerste stalhouder was Bolhuis , daarna kwam Piet van Bergen en werd Bolhuis bij hem koetsier, In 1975 werd een 5 dagen durende tocht per koets naar Den Haag ondernomen om subsidie te vragen voor de stalhou-derij, deze werd niet verleend, maar de tocht leverde wel veel publi-citeit op door een dagelijks verslag van Jaap in het Nieuwsblad vh Noorden. In 1976 nam Jan Kuipers het stalhoudersschap over van van Bergen . Jaap zat tot 1980 in het bestuur van de Stichting de Koetsewagen die in 1977 werd opgericht als een definitief samengaan van de Stalhouderij Noord-Nederland en de Pragmaticum koetsen.

Koetsentocht

In augustus werd weer een koetsentocht gehouden van de Compagnie van het Oude Gerij. Jaap Stienstra, commandeur van de compagnie, zwaaide het gezelschap uit.(foto boven). De tocht ging naar Noordlaren deze keer.


Voortgang restauraties

Dodo I
Hierover berichtten we u al in het vorige bulletin. Deze restauratie vindt plaats als leerervarings-project in het depot van het rijtuigmuseum, onderdeel van museum Nienoord, te Leek. Het werk gaat gestadig door, de eerste gave delen staan al weer in de verf en allerlei snijwerk aan palfreniers sta-plank is gedaan, o.l.v. werk-meester Kenneth Roubos. Hij heeft meer uren gekregen om het project te leiden. De planning is om de restauratie van deze koets in het voorjaar van 2016 af te ronden, zodat hij dan vanuit het rijtuigmuseum in de borg Nienoord weer de weg op kan.

Voortgang restauratie Eva

Hier moet nog wel het een en ander aan het draaistel gebeuren en aan de gehele bak.
De wielen zijn klaar.

Uw aandacht voor Dun Hakhout

Deze koets heet zo omdat de evenaar/ trekbalk veel dunner is dan bij Dik Hakhout die in het vorige nummer werd beschreven. Sinds 20 jaar komt hij niet meer op de weg want er zijn veel mankementen. Maar toch het is een Berline en daarvan zie je er heden ten dage bijna geen meer van en dan moet je er toch zuinig op zijn.
Beschrijving: Type schuit-Berline.
Wielen bdz voor: veel overval en valling. (zie artikel elders in dit nummer), loopt op rubber maar rechts achter met kram. velgdelen: linker achterwiel: 6 deuvels kapot:2 velgdelen verschoven. Collings-patentas achter, wiel-doppen niet gemerkt, voor geen wieldoppen. Veren soort: ellips; 6 bladen voor, 5 bld achter. Stroppen niet origineel. Draaischamel zit teveel beweging in. Tangarmen: model afwijkend: sierlijk naar buiten. Hakhout: erg dun, verveloos, uit 3 delen gemaakt boven op ijzer, beugels er onder gelast voor spoor-stokstroppen, geen paddestoelen aanwezig (vroeger om de de strengen aan vast te maken, dat doet men nu aan de spoorstokken). Disselboomhuis: niet gaaf. Ramen geslepen
glazen -behalve in het linker portier-, de portieren sluiten heel slecht handgreep buiten: afhangend, berliner zilver deels weggesleten, handgrepen binnen niet aanwezig, ook geen restant. Raam-bandgeleiders van gesneden ivoor. Dakbedekking van zwart plastic Linker zijwand: scheur over volle breedte deurkozijn; Achter-boven rot 5x20cm (frame omvat glas niet). Zijpaneel achteronder 1 scheurtje. Achterwand 4 scheuren horiz, achter hoekstijl kiert bdz. Achterboven bij kozijn boven 1,5x30cm plamuur los; gat 3x5cm. Onderpaneel gaaf. Interieur: bekleding gaaf, donker flets blauw, met klein"blokje"erin. zittingen: kussens; Achterwand gepijpt, hemel gecapitonneerd, evenals zijwanden deuren blauw bewerkte velden met bies, Bokkast: deurtje met halfronde schuif, bok kussen: mist. Step: dubbele step, maar rechts ontbreekt bovenblad a.d. deur! Step voor koetsier a.d bok links erg gevaarlijk breekt eraf, door vergaan driehoekje spaanplaat!! Verfkwaliteit matig, veel scheurtjes






Hierbij meld ik me aan als donateur van de Stichting 'De Koetsewagen'

Naam: ...............................................................................
Adres: ...............................................................................
Postcode: .............................. Woonplaats: ............................
Mijn donatie a 20,- per jaar maak ik over op de bankrekening van de Stichting 'De Koetsewagen'.
Na mijn betaling ontvang ik eenmaal per jaar het blad 'De Koetsewagen'.

.............................. .............................. .............................
(plaats) (datum) (handtekening)

Een rijtuig zorgt voor een stijlvolle verlevendiging van het landschap. Het accentueert de cultuur en de historie waar Groningen zo rijk aan is.
Laten we er met z'n allen voor zorgen dat dit stuk cultuurbezit niet verloren gaat en dat we nog tot in lengte van dagen kunnen genieten van de prachtige aanblik die een koets ons in de straten biedt.



Chigi-vaas Rome        koning Assurbanipal      Strijdwagen Tut ank Amon   Syriërs brengen een strijdwagen als tribuut aan Xerxes

Het bestuur van de stichting 'De Koetsewagen ' bestaat uit:
Voorzitter: S.M. Dijkstra Administratief adres: J.A. Buiskool
Secretaris: J.A. Buiskool Sicke Benninghestede 20
Penningmeester: R. de Vos 9804 SB Noordhom
Leden: A Ramaker
H. Rijlaarsdam-Sikma Bankrekening 57.14.39.896
R.Prummel Iban-rekening NL26ABNA0571439896
Techn. Commissie: M.J. Stok Stichting De Koetsewagen heeft de ANBI-status
assisterend: H v.d. Werff
_______________________________________________________________________________
Stalhouderijen:*Stalhouderij J. Kuipers Friesestraatweg 424 9746 TL Groningen tel.050-5774438
*Stalhouderij Nieboer v.d.Duyn v Maasdamweg 274a 9602 VT Hoogezand tel:0598-320888
*Stalhouderij Biessum De Ransel 1 9931 BT Delfzijl tel:0596-614680
Inhoud:

Voorwoord | de uitvinding van het wiel 5000 jaar geleden | herinneringen van Jaap Stienstra |
restauraties Dodo I en Eva | uw aandacht voor Dun Hakhout | Colofon