de
Koetse
wagen







Inhoud:
Voorwoord | Met-de-koets-naar-Sint-Petersburg | Restauraties DodoI en Eva | Andere-Vering |
aandacht-voor-Dik-Hakhout | Russische-Koetsen opgave Donateurs | Colofon
Donateurbulletin Koetsewagen 2014


Geachte donateurs,
Met dit nieuwe bulletin van onze Stichting De Koetsewagen informeren we u graag over onze door iedereen te huren collectie rijdende historische rijtuigen. Dat historische koetsen steeds meer in de belangstelling staan bleek uit de rijtuiginventarisatie die is uitgevoerd door de stichting Mobiele Collectie Nederland. Onze partner het Nationaal Rijtuigmuseum, onderdeel van museum Nienoord te Leek, bleek daarbij overigens meer dan de helft van de cultuurhistorisch belangrijkste rijtuigen van Nederland te bevatten, een felicitatie waard. In het werkplaatsproject in het museum voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt wordt nog steeds gewerkt aan onze koets de Dodo, waarover elders in dit bulletin meer. Zoals u misschien weet heeft Stichting De Koetsewagen de status van culturele ANBI, waardoor giften (onder voorwaarden) aan haar aftrekbaar zijn voor de belasting, met nu tijdelijk een extra fiscaal voordeel. De belastingaftrek van de gift mag met een multiplier van 25% verhoogd worden. Dat betekent dat voor dezelfde netto-kosten na belasting u Stichting de Koetsewagen met een hoger bedrag kunt steunen. Meer hierover kunt u lezen op de website van de belastingdienst: www.belastingdienst.nl/rekenhulpen/giften/anbi_zoeken. Uiteraard zijn we u graag behulpzaam mocht u nog vragen hierover hebben. Want uw steun (minimaal € 20,- maar we zijn dankbaar dat een aanzienlijk deel van u ons ruimhartiger steunt) hebben we ook in dit jaar nodig om onze collectie rijdend erfgoed op de weg te houden, zodat een ieder ervan kan genieten. U alvast op voorhand dankend voor uw donatie wens ik u veel leesplezier met dit bulletin.

Mertijn Dijkstra
Voorzitter

Inhoudsopgave
Voorwoord
Met de koets naar Sint Petersburg
Restauratie nieuws: Dodo I en Eva
Nieuwe vering in de 19e eeuw
Uw aandacht door Dik Hakhout
Russische koetsen
Colofon

Met de koets naar Sint Petersburg en terug

Een rit met de koets is heden ten dage een pretje, een paar uur plezier waarbij de nadelen van de koets niet zozeer in het oog vallen. In tijd van vóór trein en auto was dat wel anders, de weinigen die het zich konden veroorloven om een lange reis te maken moesten de problemen, die reizen met zich mee brachten onder ogen zien. Slechte wegen, vieze herbergen en soms zelfs de ongewenste attentie van struikrovers waren hun deel. En dan was er het rijtuig zelf, een kleine kubus op slechte veren waarin men lange tijd opeengedrongen zat. Binnen Holland en Utrecht was de langzame, maar betrouwbare, trekschuit dan ook een aantrekkelijk alternatief. In onze streken reisde men met trekschuiten naar Leeuwarden en ook binnen de provincie Groningen was een trekschuit lange tijd een comfortabel alternatief voor de koets. Het leven was in in de vorige eeuwen ook niet zo hectisch als nu… Men nam de tijd. Een eigen rijtuig of koets was ook lang niet voor iedereen weggelegd, de artsen, de adel, en “dikke” boeren konden zich een koets en een of meer paarden veroorloven. Anderen waren op postkoets, trekschuit en de “benenwagen” aangewezen. Ook lopend werden enorme afstanden afgelegd. Thera Coppens, bekend van haar boeken over de Oranje’s, heeft het reisdagboek van Marie Cornélie van Wassenaer Obdam opgedoken. Deze hofdame van -toen nog- Prinses Anna Paulowna mocht haar meesteres begeleiden op de tocht die het koninklijk paar in september 1824 naar Sint Petersburg maakte. De Prins en Prinses van Oranje reisden snel in een lichtgebouwd en licht beladen rijtuig maar de hofdames reisden min of meer apart. Dat gold ook voor de heren in hun berline. De reistijden waren zo ongewis dat de drie elkaar onderweg maar af en toe troffen. Marie Cornélie heeft voor wat de reis van haar leven zou zijn, een dagboek meegenomen en dat onderweg zorgvuldig bijgehouden. Het is in het familiearchief op Twickel bewaard gebleven. Voor de Nederlandse waren de koetsen en equipages, zaken die ons nu vooral interesseren, deel van haar dagelijks leven. Zij worden terloops genoemd. Haar aandacht ging tijdens de reis vooral uit naar de vreemde streken en volkeren onderweg. Ook in Rusland krijgen de rijtuigen en sleeën, al waren die heel anders dan in Nederland, slechts in het voorbijgaan aandacht. De reis werd in een grote koets van het Nederlandse hof gemaakt. Terloops merkt Marie Cornelie ergens op dat de “heren”, het zullen kamerheren en adjudanten zijn geweest, een tweede berline vulden en dat de meereizende kok en een zadelmaker in een bagagerijtuig reisden. Er is ook sprake van meereizende kamermeisjes. Als aanspanning werden zes paarden gebruikt. Deze werden met drie naast elkaar aangespannen. Men vertrok op 8 september 1824 uit Brussel. Waar de Hessische sparrenbossen zo donker waren dat de koetsiers de weg niet meer konden zien werden de rijtuiglampen aangestoken en moesten vijf postiljons, drie te voet en twee te paard het rijtuig leiden. Een postiljon rende met een lantaarn voor de paarden uit. De mannen schreeuwden en sloegen de paarden die zo, en ook met “stem en gebaar”werden aangespoord. De dieren hadden het zwaar; wanneer het niet geregend had waren de wegen, of wat daarvoor doorging, gevuld met een dikke laag mul zand waardoor de hoeven en wielen veel weerstand ondervonden. Na een regenbui veranderde dezelfde weg in een modderpoel. Het gezelschap had vijftien dagen nodig om vanuit Brussel het plaatsje Deutsch Krone in Pruisen te bereiken. Onderweg waren goede hotels en logeergelegenheid bij bevriende vorsten beschikbaar geweest, maar hier was voor het eerst sprake van vieze kamers in een lelijk klein posthuis. In Deutsch Krone was zelfs geen herberg. De wegen waren van uiteenlopende kwaliteit; soms waren er de door de Pruissen aangelegde bestrate wegen, soms ging het om modderige of stoffige zandwegen. Langs het haf -een zeeinham- reed men over het strand. Waar de zware hofrijtuigen kleine heuvels moesten nemen werd een beroep op boeren gedaan die de rijtuigen met touwen voorttrokken. De paarden moesten soms met vier naast elkaar worden aan-

gespannen. De vrienden de Koetsewagen weten waarschijnlijk wel dat wanneer meerdere paarden een koets trekken de voorste paarden het hardst moeten werken. Door de paarden naast elkaar te plaatsen wordt de treklast beter verdeeld. In Rusland werden deze VIP’s met grote vaart vervoerd. Waar een andere reiziger een kwartier over een werst deed legden de hovelingen die afstand (1067 meter) in vier minuten af. Zo werd de honderdveertig werst tussen Kovno en Sjavel in een dag afgelegd. In draf is de gemiddelde snelheid van een paard dan 200 m per minuut wat aanduidt dat de koetsiers flink de zweep over hun paarden hebben gelegd. In Rusland waar de wegen bijzonder slecht konden zijn werden soms acht paarden, in twee rijen van vier, aangespannen. Waar dat niet genoeg was werden zelfs vier extra paarden gehaald. Waar de zware koets van de hofdames niet verder kwam in het rulle zand werd deze in galop gepasseerd door het minder zware rijtuig van de Prins en Prinses van Oranje. Vooral de Russische koetsiers en postiljons spaarden hun zwepen niet. De koetsier sloeg met zijn zweep niet alleen de paarden, maar ook de postiljons. In het barbaarse Rusland waren lijfstraffen met zweep en knoet nog gebruikelijk. Marie Cornélie’s mededogen ging daarbij uit naar de paarden, zij vond het eerst een “wrede aangelegenheid”, maar ze merkte al snel dat het de “arme knollen” weinig scheen te deren. In Rusland werden de bereden voorpaarden met de hand geleid aan korte leidsels. Volgens Marie Cornélie ontbraken bitten en trensen. Omdat de prins en prinses zo snel reisden moesten de hovelingen in hun langzamer karossen lange dagen maken. Vertrekken om vier ‘s-ochtends om vierentwintig uur later aan te komen was geen uitzondering. De reizigers die leden aan pijn in de rug, pijn in de nierstreek en pijnlijke benen konden zich onderweg uitstrekken op grote divans van Marokkaans leer. Dergelijke leren divans waren een uitkomst in de door vlooien, luizen en wandluizen geteisterde logementen. Het ongedierte, en de wens om de dronken gasten te ontlopen, maakte later in de 19e eeuw het kamperen populair. Gatsjina, een paleis van de Tsaar, werd op 10 oktober bereikt. De heen reis had 32 dagen gevergd. In en om Sint-Petersburg heeft Marie Cornélie in verschillende rijtuigen gereden. Er is vaak sprake van een “drosjke”, een “heel laag door twee paarden getrokken wagentje, waarin je van alle kanten sneeuw en modder over je heen krijgt”. De toenmalige 2 persoons Drosjke had in Rusland vaak geen kap. De voor Rusland zo typische “troika, drie naast elkaar gespannen paarden, komt niet in haar verslag voor. Wel zijn er landauers, lineika’s voor 4 personen en niet nader aangeduide rijtuigen van het Russische hof.

Een antieke lineika, kenmerkend is de lage bak voor de voeten tussen de wielen. Men zit dwars. Dit exemplaar is een soort “rijdende sofa” uit Sint-Petersburg.
De terugtocht, in een met levensmiddelen volgeladen rijtuig, begon op 28 juli en bracht haar in dagtochten van soms niet meer dan 40 werst op 6 augustus naar de Russisch-Pruisische grens. Over de reis geeft Marie Cornélie minder bijzonderheden dan over de heenreis. De posthuizen waren van uiteenlopende kwaliteit; soms schoon, soms zó vies dat de bewoonsters een hevige veldslag met vlooien en oorwurmen uit moest vechten. De Prins en Prinses van Oranje reisden incognito terug onder de titel “Graaf en Gravin van Brabant” of “van Vlaanderen” zoals de Oranjes zich nu soms “Van Buren” noemen.. Toch wist iedere beambte en politieman langs de route om wie het ging. Op 28 augustus 1825 was Marie Cornélie van Wassenaer Obdam weer terug in Brussel. De terugreis had dertig dagen geduurd. Ze was een jaar van huis geweest.

* Marie Cornélie, Dagboek van haar reis naar het hof van Sint-Petersburg. Bezorgd door Thera Coppens.. Uitgeverij Meulenhoff Documentair, 319 bladzijden. 28, 95 Euro.

De Restauraties van de Dodo I en Eva

Dodo I op Nienoord
De Dodo I is een statieberliner met palfreniers-plank achterop. Uitklap-baar trapje, mooie rode bekleding. Deze restauratie wordt veel zwaarder dan we dachten. Alle houtwerk is nu kaal gemaakt, de panelen, die bijna allemaal gescheurd of aan-getast waren door houtrot zijn ver-wijderd. Zoals u op de foto’s kunt zien moeten op belangrijke plaatsen in de hoeken frame-houtverbindingen vervangen worden. Ook zoals u ook ziet: boven het linker portier is het kozijn sterk aangetast het dak is nog wel gaaf.

De Restauratie van de Eva
De Eva is de tweede koets die werd aangekocht door de studenten in de jaren ‘50. Het is een glaslandauer, qua vorm aan de onderkant geen (Sefton) schuit of (Shelburne)zaklandauer maar iets er precies tussen in.
We zijn hier allang mee bezig. Zelfs in de jaren ‘70 hebben wij als studentengroep de wielen wel een geschuurd en opnieuw geverfd.
Als u de vorige bulletins leest ziet u de naam telkens weer opduiken, maar nu is de koets dan eindelijk in restauratie bij een rijtuigbouwer
Er moet een nieuwe bok op. Daar waar u de koets in de banden ziet hangen moeten nieuwe houten framedelen aan het ijzeren frame gemaakt worden. De achterwielen zijn nu bij de stelmaker. De voorwielen en het voorstel waren al vernieuwd.

Andere Vering begin 19e eeuw

In 1804 wordt door Obadiah Elliot de ellipsveer uitgevonden en in 1820 maakt Hobson in Engeland hiermee een vaste lage koets zonder fleche (dus zonder de verbindingsbalk onder de koets tussen voorstel en achterstel), die omdat de bak lager kon hangen stabieler op de weg lag. Voor- en achterstel zitten dan met de ellipsveren aan elkaar en behoeven geen fleche meer. Statiekoetsen behouden de fleche toch nog, omdat voor het chique de koets toch nog aan banden aan de C-veren blijft hangen, maar die wel gemonteerd bovenop de ellipsveren: dubbel ophanging heet dat. De koets in het stuk op de vorige bladzijde waarmee men naar Sint Petersburg ging bevond zich precies op dat snijpunt in de tijd waar de stalen veren van de ellipsophanging sterk genoeg werden om geen gevaar meer te zijn.Welke koets had men? De prins en prinses blijkbaar een moderne lichte en de hofhouding de oude zware.


russische reis-calêche eind 18e eeuw

Uw aandacht voor Dik Hakhout

De vreemde naam van deze koets verwijst naar de Evenaar (= Hakhout), de trekbalk die dikker is dan van Dun Hakhout Deze koets stond op zolder in Groenestein en werd niet meer gebruikt, misschien daardoor is de constructie veel steviger gebleven, de deuren sluiten nog perfect maar voor het oog is het een droevig gezicht, de verf is overal zwaar ‘geknipt’ -gebarsten- de rubber banden zitten niet meer om de voorwielen en de hoepels zitten te ruim om de wielen. Het interieur is een ratjetoe van restanten stof, maar oogt heel antiek. De kussen ontbreken, glazen ontbreken in de deuren. Maar het heeft een sierlijke vorm. Het opknappen zal echter heel wat voeten in aarde hebben en er zijn een tweetal andere berlines die gemakkelijker opgeknapt kunnen worden.










Russische Koetsen
Droshky zonder kap Deze werd door de Tsaar aan koningin Victoria geschonken in 1850. Met driekwart kap heet zo’n rijtuig dan plotseling: ‘Victoria’, in Frankrijk heten ze ‘Milord’, maar in Duits-talige gebieden werden alle huurrijtuigen met een drie-kwart kap zonder deurtjes: Droschke genoemd, of Fiaker. Vier namen voor dezelfde koets.





een Britzka







Petersburgse reis-calêche





Hierbij meld ik me aan als donateur van de Stichting 'De Koetsewagen'

Naam: ...............................................................................
Adres: ...............................................................................
Postcode: .............................. Woonplaats: ............................
Mijn donatie a 20,- per jaar maak ik over op de bankrekening van de Stichting 'De Koetsewagen'.
Na mijn betaling ontvang ik eenmaal per jaar het blad 'De Koetsewagen'.

.............................. .............................. .............................
(plaats) (datum) (handtekening)

Een rijtuig zorgt voor een stijlvolle verlevendiging van het landschap. Het accentueert de cultuur en de historie waar Groningen zo rijk aan is.
Laten we er met z'n allen voor zorgen dat dit stuk cultuurbezit niet verloren gaat en dat we nog tot in lengte van dagen kunnen genieten van de prachtige aanblik die een koets ons in de straten biedt.



Het bestuur van de stichting 'De Koetsewagen ' bestaat uit:
Voorzitter: S.M. Dijkstra Administratief adres: J.A. Buiskool
Secretaris: J.A. Buiskool Sicke Benninghestede 20
Penningmeester: R. de Vos 9804 SB Noordhom
Leden: A Ramaker
H. Rijlaarsdam-Sikma Bankrekening 57.14.39.896
R.Prummel Iban-rekening NL26ABNA0571439896
Techn. Commissie: M.J. Stok Stichting De Koetsewagen heeft de ANBI-status
assisterend: H v.d. Werff
_______________________________________________________________________________
Stalhouderijen: Stalhouderij J. Kuipers Friesestraatweg 424 tel.050-5774438
9746 TL Groningen
Stalhouderij Nieboer v.d.Duyn v Maasdamweg 274a 9602 VT Hoogezand tel:0598-320888
Inhoud:

Voorwoord | Met-de-koets-naar-Sint-Petersburg | Restauraties DodoI en Eva | Andere-Vering |
aandacht-voor-Dik-Hakhout | Russische-Koetsen opgave Donateurs | Colofon